Hoge ballen

Bovenhands vangen

De bovenhandse vangtechniek is voor ballen die hoger aankomen dan de schouders

Hoe vang je nu die hoge ballen?

De keeper moet altijd proberen de bal op het hoogste punt te vangen.

Daarbij is het inschatten van de balbaan een van de moeilijkste dingen.

Vervolgens gaat de keeper met gestrekte armen naar de bal toe.

net voor dat de bal bij de keeper is moet de keeper ook omhoog springen

Dit kan op verschillende manieren.

Men kan met 1 voet en met 2 voeten

als de keeper hoog gaat springt met 1 been op en het andere been gaat gehoekt naar voor met de tenen naar voor.

Dit is altijd nuttig om een aankomende tegenstander "schrik" aan te jagen gepaard met roepen.

Dit gehoekt been kan ook anders gebruikt worden. als je afstoot met 1 been is het tweede been licht gehoekt, 

eens je omhoog gaat strekt het gehoekte been zich nog eens om zo extra hoogte te winnen.

De handen zijn 'geopend' en de vingers gespreid.

Let op dat de duimen achter de bal komen en de vingers in een waaiervorm om de bal heen gaan.

De polsen gaan voorover.

Als de vingertoppen de bal raken maakt de keeper een meegevende beweging door de ellebogen te buigenen vervolgens de bal naar de borst toe te brengen.

Door deze beweging remt de bal af.

 Laat de polsen niet achteroverklappen maar breng ze naar voren.

Vervolgens word de bal stevig geklemd.

 

 

Wat gaat er nu het meeste mis bij beginnende keepers...?

De armen worden niet gestrekt en de handen gaan de bal niet tegemoet.

De handen worden naast de bal geplaatst in plaats van erachter. Zo kan de bal gemakkelijk doorschieten.

De bal komt eerst tegen de platte hand, of handpalm, waardoor de kans groter is dat de bal terug het veld in komt.

De vingers zijn gespannen en gestrekt in plaats van ontspannen. Ook hierdoor kan de bal verder weg stuiten.

De bal wordt niet naar de buik of borst gebracht. Bij lichamelijk contact met andere spelers wordt de bal hierdoor eerder losgelaten.